1) Volg mijn schoenen (maatsoort 4/4)
Begeleider neemt 2 schoenen die bewegen. Doe met je voeten de schoenen na (springen, schuiven, snelle, trage, korte, lange passen,...steeds in het ritme)
Begeleider neemt 2 schoenen die bewegen. Doe met je voeten de schoenen na (springen, schuiven, snelle, trage, korte, lange passen,...steeds in het ritme)
2) Leer 4 lichaamsdelen......
uit je hoofd (vrije keuze, bv. knie, elleboog, voet, hand,...)
uit je hoofd (vrije keuze, bv. knie, elleboog, voet, hand,...)
Als de muziek start, beweeg je eerst met het eerste gekozen lichaamsdeel, dan met het 2e enz...
3)Standbeelden
(doel: richting van pose, kopiëren, oriëntatie in de ruimte)
Op de grond zijn aanduidingen gemaakt, bv stukje plakband en rode sticker). Als de muziek start, dans je vrij rond. Als ze stopt doe je een standbeeld. Als de muziek nu start, idem, maar iedereen doet het standbeeld exact zoals diegene op de rode sticker. Dezelfde houding, in dezelfde richting.
(doel: richting van pose, kopiëren, oriëntatie in de ruimte)
Op de grond zijn aanduidingen gemaakt, bv stukje plakband en rode sticker). Als de muziek start, dans je vrij rond. Als ze stopt doe je een standbeeld. Als de muziek nu start, idem, maar iedereen doet het standbeeld exact zoals diegene op de rode sticker. Dezelfde houding, in dezelfde richting.
4) Steunpunten
(doel: inzicht in steunpunten, variatie in beweging, inspiratie van elkaar)
Steunpunten zijn lichaamsdelen waarmee je steunt op de grond, dwz ze dragen een deel van je gewicht, je steunt erop.
(doel: inzicht in steunpunten, variatie in beweging, inspiratie van elkaar)
Steunpunten zijn lichaamsdelen waarmee je steunt op de grond, dwz ze dragen een deel van je gewicht, je steunt erop.
Loop rond, als de muziek stopt zeg ik je met hoeveel steunpunten je een houding maakt. (3,2,5,4...)
Groep in 2 verdelen. Beide groepen op een lijn aan beide kanten van de zaal (zoals in vlaggestok). Beide groepen één voor één roepen, aantal steunpunten, houding.
Daarna: je mag niet meer 2 van hetzelfde lichaamsdeel gebruiken. (Van wat hebben we er 2?)
5) Duo's
Zoek een partner, elk koppel een A en een B.
De A's zeggen telkens een aantal steunpunten, de B's lopen wat verder en doen een houding met dat aantal steunpunten. Na verloop van tijd wisselen. Je moet het identiek nadoen.
Zoek een partner, elk koppel een A en een B.
De A's zeggen telkens een aantal steunpunten, de B's lopen wat verder en doen een houding met dat aantal steunpunten. Na verloop van tijd wisselen. Je moet het identiek nadoen.
(doel: oog voor compositie)
Daarna: A loopt, doet een aantal steunpunten. B loopt en vult de houding van A aan met eigen lichaam (gaten vullen, elkaar niet aanraken), wisselen.
Elk koppel zoekt een ander koppel.
Daarna: A loopt, doet een aantal steunpunten. B loopt en vult de houding van A aan met eigen lichaam (gaten vullen, elkaar niet aanraken), wisselen.
Elk koppel zoekt een ander koppel.
A's vormen nu een duo, de B's ook.
A's lopen en doen een aantal steunpunten, B's komen en vullen aan, A's lopen weer en idem.
(doel: inzien dat je frase bestaat uit poses en verplaatsing, je dat snel zelk kan maken)
A's plakken bewegingen aan elkaar, leren hun "zin of frase" vlot achter elkaar doen, B's ook. Nadien verfijnen met verplaatsingen die passen. Samen doen.
A's lopen en doen een aantal steunpunten, B's komen en vullen aan, A's lopen weer en idem.
(doel: inzien dat je frase bestaat uit poses en verplaatsing, je dat snel zelk kan maken)
A's plakken bewegingen aan elkaar, leren hun "zin of frase" vlot achter elkaar doen, B's ook. Nadien verfijnen met verplaatsingen die passen. Samen doen.
A's en B's zoeken elk ander koppel (nieuwe groepen worden gevormd, belangrijk ivm sociale vaardigheden) Beide koppels leren elkaar frase en maken er een geheel van. Oefenen.
6) Tonen
7) Nabespreking

